
Het verhaal van vlas: van zaadje tot vezel
Je ziet het er misschien niet vanaf, maar uit de vlasplant ontstaat een van de sterkste natuurlijke textielvezels die we kennen. Het is een vezel die al duizenden jaren wordt gebruikt voor linnen kleding, huishoudtextiel en touw. Generaties lang van grote waarde, maar de oorsprong voor velen van ons nog onbekend. Voor mij ook, totdat ik de magie van de vlasplant zelf ontdekte.
“Het is vroeg in de ochtend, de dauw hangt nog aan de delicate blauwe bloemetjes die straks, tegen de avond, alweer zijn verwelkt. Een dag - meer tijd krijgen ze niet om hun schoonheid te tonen. Dit is geen verhaal van vergankelijkheid, maar van intensiteit. Van leven met volle aandacht voor het moment dat er is. Ogenschijnlijk fragiel, maar met diepe wortels. Hij staat daar, fier overeind. Zelfs na een zware storm veert de vlasplant weer terug.”
Waar de reis begon
Mijn connectie met de bron van textiel begon voor mij bij vlas en dat leerde mij iets: veerkracht, diepgang en vertrouwen. Wat ik maak, wil ik verankeren. In de aarde, in een ritme en in een relatie die wederkerig is.
Want als ik één ding zie in de mode-industrie, dan is het allesbehalve dat. Mode is losgeraakt van haar bron. In de haast om te vernieuwen zijn we vergeten wat er was. En wat er altijd nog ís, als we de tijd nemen om te kijken. Door vlas te zaaien, te wieden, te oogsten, het te roten en te spinnen tot linnen, komt elk kledingstuk weer dichter bij zijn oorsprong. Van vlas tot vorm. De esthetiek zoals je van mij gewend bent is vertrouwd. De oorsprong is radicaal anders.

Een plant waarvan niets verloren gaat
Wat vlas voor mij extra bijzonder maakt, is dat vrijwel ieder onderdeel van de plant een functie heeft. De lange vezels uit de stengel worden gebruikt voor het maken van linnen: een sterke, ademende stof die generaties mee kan gaan. Kortere vezels vinden hun weg naar toepassingen zoals dikkere garens en textielkunst. De zaden kennen we als lijnzaad en worden gebruikt in voeding en voor het maken van lijnzaadolie. Zelfs de reststromen krijgen vaak een nieuwe bestemming, zoals papier, isolatiemateriaal of composieten.
In een tijd waarin grondstoffen steeds schaarser worden en verspilling steeds zichtbaarder, laat vlas zien dat een plant onderdeel kan zijn van een systeem waarin vrijwel niets verloren hoeft te gaan. Het is een van de redenen waarom de plant zo goed past bij de Fashion Farm en de manier waarop ik kijk naar mode. Niet als een lineair proces waarin grondstoffen worden gebruikt en weggegooid, maar als een levend ecosysteem waarin alles met elkaar verbonden is.

Van Zaadje tot vezel
Wie tussen het vlas staat, ziet niet direct een kledingstuk.Tussen het moment waarop een zaadje wordt gezaaid en het moment waarop een linnen draad ontstaat, liggen talloze stappen. Tijdens de oogst worden de planten niet gemaaid, maar met wortel en al uit de grond getrokken en op het veld gelegd. Daar blijven de stengels liggen om te roten, zodat de vezels zich langzaam losmaken van het houtige deel van de plant. Daarna volgen verschillende bewerkingen waarbij de vezels worden gescheiden, gekamd en uiteindelijk gesponnen tot draad.
Het is een proces dat eeuwenlang vanzelfsprekend was, toen vlasverwerking aan de orde van de dag was. Maar vandaag de dag hebben nog maar weinig mensen van dichtbij gezien hoe een vlasplant verwerkt wordt tot textielvezel. Juist daarom is het belangrijk om dit proces opnieuw zichtbaar te maken en te herwaarderen. Niet omdat we per se terug willen naar vroeger, maar omdat we geloven dat de toekomst van mode begint met het begrijpen van haar oorsprong.

De eerste vlasoogst
In 2024 zaaiden we voor het eerst vlas op de Fashion Farm. Wat volgde was een proces van experimenteren, leren, samenwerken en vooral veel geduld hebben. Want hoewel een vlasveld in de zomer er prachtig uitziet, vraagt iedere stap daarna om kennis en aandacht. Na twee jaar werken is er van de eerste eigen oogst meer dan 10.000 meter handgesponnen vlasdraad geproduceerd.
Een mijlpaal om trots op te zijn. Maar tegelijkertijd bracht die mijlpaal ook een verrassend inzicht. Want hoewel er inmiddels duizenden meters draad liggen, zijn er nog altijd geen strekkende meters stof. Laat staan een volledig kledingstuk. En juist daarin schuilt misschien wel de belangrijkste les van dit project.
10.000 meter draad maakt nog geen kledingstuk
Wanneer je een kledingstuk koopt, zie je meestal alleen het eindresultaat. Niet het land waarop de vezel groeit. Niet de mensen die deze vezel verwerkten. Niet de tijd die ervoor nodig was om er een kledingstuk van te maken. Door zelf met vlas te werken, wordt zichtbaar hoeveel waarde er verborgen zit in iets dat we als vanzelfsprekend beschouwen.
Toen ik eenmaal begreep hoeveel werk er nodig is om van zaad tot draad en uiteindelijk stof te komen, veranderde mijn perspectief. Dan gaat textiel niet alleen meer over materiaal. Het gaat over aandacht. Over vakmanschap. Over tijd. En over de vraag hoeveel waarde we werkelijk toekennen aan wat we dragen.

Hoewel er nog geen stof is geweven van de eerste vlasoogst, heeft de vezel inmiddels wel zijn weg gevonden naar een kledingstuk. De eerste uitvoering van het Lin jasje (2023) was gemaakt van stof van de Linen Project. Voor de herintroductie van het Lin jasje in 2026 werd een deel van ons Welsumse handgesponnen vlasdraad in samenwerking met Het Borduurburo verwerkt in subtiel borduurwerk op de schouders. Daarmee kreeg de eerste oogst een tastbare vorm. Niet als eindpunt van het proces, maar als een betekenisvolle tussenstap.
Mode die weet waar ze vandaan komt
Vlas leert mij iets over waarde. Niet de waarde die je afleest van een prijskaartje, maar de waarde die je voelt als je weet wat eraan voorafging. Hoeveel handen. Hoeveel seizoenen. Hoeveel geduld. Op de Fashion Farm zie je het voor je ogen gebeuren. Vlas staat hier in het veld. Het groeit. Het bloeit. Het wordt geoogst, gesponnen, gedragen. En elk jaar begint het weer opnieuw. Het inspireert een andere manier van kijken, ontwerpen en produceren. Een cyclische manier van maken, in het ritme van de natuur.

