Joline in gesprek met Manouk - danser, dansdocent en maker

‘Ik moest me altijd inhouden.’

Joline in gesprek met Manouk - danser, dansdocent en maker

Joline: ‘Manouk is zo puur, daar kan je niet anders dan van houden. Een spontaan bericht van haar leidde tot een ontmoeting. Ik volgde mijn gevoel en ging een project met haar aan zonder vooraf te weten wat het zou brengen. Dat gevoel klopt altijd. Dat leerde Manouk mij weer.’
‘Mijn naam is Manouk. Manou is de eerste vrouw op wie ik verliefd ben. We zijn nu twee jaar samen. En ik voel me vrouwelijker dan ooit. Tijdens mijn vorige relatie, met een man, voelde de rol van vrouw voor mij ongemakkelijk. Ik gedroeg me toen ook minder vrouwelijk.
‘Nu weet ik beter wie ik ben en omarm ik de vrouwelijkheid.’

Ik zie het aan Manou als zij zich goed voelt in een bepaald kledingstuk. Dat is superaantrekkelijk. Andersom merk ik dat bij mezelf ook. Ik moet een kledingstuk ‘voelen’. Als ik het niet voel, trek ik het weer uit. Dat kledingstuk kan per dag wisselen. Wat de ene dag voor kracht zorgt, kan de andere dag iets anders zijn.

Ik was een kind met heel veel energie, heel beweeglijk. Ik kon niet stilzitten. Ik had onrust in mijn hele lijf. Ik moest me altijd inhouden.

‘Door dans heb ik geleerd mijn energie te sturen. Geleerd rust te vinden. Als je weet hoe je lijf als instrument te gebruiken, dan krijg je daar in je dagelijkse leven ook een fijn gevoel van.’
Ik ben inmiddels danser, dansdocent en maker. Ik voel zoveel liefde, mogelijkheden en vrijheid in dans. Op verschillende manieren zorg ik ervoor dat mensen aan het dansen raken, of dans kunnen zien en dans kunnen beleven. Het is iets universeels en verbindt mensen. Ik wil anderen laten ervaren wat dans hen kan brengen, omdat het mij zoveel geeft. Dat doe ik met kinderen, ouderen en mensen met een beperking. Zodat iedereen de kans krijgt met dans in aanraking te komen.
‘We zitten teveel in ons hoofd met z’n allen. Kinderen in groep drie hebben al schaamte om te bewegen. Op zo’n jonge leeftijd leren we al om ‘normaal’ te doen, om je in te houden.’

Ik wil met mijn voorstellingen het kind weer in hen wakker maken. Ik ben blij wanneer een kind, dat eerst heel terughoudend binnenkomt, zich na mijn voorstelling vrijer voelt om te bewegen. Dan is mijn doel bereikt.

Dat gevoel van inhouden, zat ook in mijn keuze voor kleding. Ik zag soms kleding in bladen of op internet die ik heel graag zou dragen, maar ik durfde niet. Ik durf nu steeds meer. Ik heb veel verschillende manieren om me te kleden, van lekker baggy- stoer, tot heel vrouwelijk. Het is mooi om te voelen dat ik steeds meer accepteer wie ik ben.’